Van idee tot overdracht — het ontwikkelproces voor nieuwe educatieve producten
Dit is het proces voor innovaties: het ontwikkelen van een nieuw product of een wezenlijk nieuwe aanpak — niet voor de reguliere productie of actualisatie van bestaande leermiddelen en examens.
Gebruik het bij: nieuwe formats (bijv. een nieuw examenformat), een nieuwe tool (beoordelings- of AI-tool), een digitaliseringsproject, of een nieuw product in het portfolio.
Het MT bepaalt de doelen. Om die te halen kies je tussen productie (regulier maken/actualiseren) en innovatie (iets nieuws). Voor innovaties bepaal je de omvang — klein, midden of groot — en doorloop je vervolgens dit model. Hoe groter de innovatie, hoe vollediger je de fases en gates doorloopt; bij kleine innovaties pak je dezelfde stappen lichter en sneller.
Kies hieronder je omvang: de methoden die daarbij horen blijven scherp, de rest wordt gedimd. De selectie is cumulatief — wat bij klein hoort, doe je bij midden en groot ook. Klein is dus de ondergrens, niet een aparte route.
Deze lijn loopt niet naar een compleet product, maar naar een MVP: een werkende eerste versie die echt in gebruik wordt genomen. De Must have-set uit de MoSCoW-prioritering (fase 3) is de scope van die versie; alles daarbuiten is niet afgewezen maar geagendeerd. Na de uitrol meet je met het evaluatieplan wat gebruikers werkelijk doen, en dát bepaalt de scope van de volgende ronde.
De stippellijn onder de tijdlijn is die vervolgronde: vanuit fase 9 terug naar fase 1, met de evaluatiedata als nieuw signaal. Blijkt uit de meting dat er een substantiële uitbreiding nodig is, dan is dat geen onderhoud maar een nieuw initiatief — inclusief een nieuw Strategisch Akkoord.
Eén ronde past in 10 weken (50 werkdagen): 42 dagen fasewerk plus 8 dagen voor de besluitvorming bij de vier gates. Dat is een maximum, geen norm — bij een kleine innovatie ligt de doorlooptijd rond de 7,5 week. De ondergrens veronderstelt wel dat het MT een gate binnen twee werkdagen behandelt; blijft een besluit langer liggen, dan schuift het hele pad mee.
Elke fase sluit af met één definitief resultaat (de deliverable van die fase). Daardoor is de voortgang 1-op-1 te volgen als fase + status op een KANBAN-bord: een fase is pas "klaar" als haar deliverable is opgeleverd en de bijbehorende Go/No-Go is gepasseerd.